Duimelijntje | Boekvoorbeeld | Little Reading
Duimelijntje

Duimelijntje

Een piepklein meisje, niet groter dan een duim, beleeft een groot avontuur en vindt waar ze echt thuishoort.

Leeftijd
5-10

Woorden
1660

Auteur
Hans Christian Andersen

Lezen in de appOnline lezen

Hoofdstukken

1. Een klein wensje 🌱

Er was eens een vrouw die graag een kind wilde.

Ze wilde het heel, heel graag.

Maar ze had geen kinderen.

Ze ging naar een wijze heks.

"Kunt u mij helpen?" vroeg ze.

De heks gaf haar een bijzonder zaadje.

"Plant dit in een bloempot," zei de heks.

"Dan gebeurt er iets wonderlijks."

De vrouw betaalde de heks.

En ze rende naar huis met het zaadje.

Ze plantte het zaadje in een pot.

Ze gaf het voorzichtig water.

Al snel groeide er een prachtige bloem.

Hij leek op een tulp.

De blaadjes zaten nog dicht.

"Wat een mooie bloem," zei de vrouw.

Ze gaf de blaadjes een kus.

En toen: POP!

De bloem ging open.

Binnenin zat een piepklein meisje.

2. Duimelijntje 👧

Het meisje was niet groter dan een duim.

Daarom noemde de vrouw haar Duimelijntje.

Ze was het mooiste kleine meisje ooit.

Ze had goudblond haar en een lieve glimlach.

De vrouw hield heel veel van haar.

Als bed had Duimelijntje een walnootschaal.

Als dekens had ze rozenblaadjes.

Als boot had ze een tulpenblad.

Ze voer in een schaal met water.

En ze zong met de allermooiste stem.

3. De lelijke pad 🐸

Op een nacht sprong een lelijke oude pad door het raam.

Ze zag Duimelijntje slapen.

"Wat een mooi vrouwtje voor mijn zoon," kwaakte de pad.

Ze pakte de walnootschaal.

En ze sprong weg met Duimelijntje.

De pad bracht haar naar een modderige sloot.

"Mijn zoon trouwt met jou," zei de pad.

Ze zette Duimelijntje op een lelieblad.

Het lelieblad dreef midden in het water.

Duimelijntje kon niet weg.

Toen Duimelijntje wakker werd, huilde ze.

De pad en haar lelijke zoon waren vreselijk.

Ze wilde niet met hem trouwen.

Maar ze zat vast op het lelieblad.

Overal om haar heen was water.

De vissen kregen medelijden.

Ze knabbelden aan het steeltje van het lelieblad.

Het blad dreef weg als een bootje.

Zo ging Duimelijntje ver weg.

Ze was vrij van de padden.

4. De vlinder en de kever 🦋

Er vloog een mooie vlinder langs.

Hij landde op het lelieblad.

Duimelijntje knoopte haar riempje eraan vast.

De vlinder trok het blad sneller voort.

Samen voeren ze over het water.

Toen vloog er plots een kever naar beneden.

Hij pakte Duimelijntje en vloog weg.

Hij bracht haar naar zijn boom.

"Is ze niet mooi?" vroeg hij aan de andere kevers.

Maar de andere kevers vonden van niet.

"Ze heeft maar twee benen," zeiden ze.

"Ze heeft geen sprieten."

"Ze lijkt op een mens. Wat lelijk."

De kever schaamde zich.

Hij liet Duimelijntje alleen achter in het bos.

Arme Duimelijntje was helemaal alleen.

Ze leefde de hele zomer in het bos.

Ze maakte een bedje van gras.

Ze at nectar uit bloemen.

En ze dronk dauw van bladeren.

5. De veldmuis 🐭

De zomer ging voorbij en het werd winter.

Het was koud en het sneeuwde.

Duimelijntje had het ijskoud.

Ze had geen warme plek.

Ze liep door het bevroren veld.

Ze vond een deur van een veldmuis.

Ze klopte zacht.

"Help me alsjeblieft," smeekte ze.

"Ik heb het zo koud en ik heb honger."

De lieve veldmuis liet haar binnen.

"Arme schat," zei de muis.

"Je mag bij mij blijven.

Maar je moet mijn huis schoonhouden.

En je moet me verhalen vertellen."

Duimelijntje zei blij ja.

De veldmuis had een buurman.

Een rijke mol.

Hij woonde in een groot huis onder de grond.

"Dat is een goede man om mee te trouwen," zei de muis.

Maar Duimelijntje wilde niet met een mol trouwen.

6. De gang van de mol 🌑

De mol nodigde hen uit.

Hij had een lange gang gegraven.

"Pas op," zei hij.

"Er ligt een dode vogel in de gang.

Schrik er maar niet van."

In de gang zag Duimelijntje de vogel.

Het was een zwaluw.

Hij leek dood en bevroren.

De mol schopte hem opzij.

"Domme vogel had naar het zuiden moeten vliegen," zei hij.

Die nacht kon Duimelijntje niet slapen.

Ze ging terug naar de gang.

Ze bracht een dekentje voor de vogel.

Ze legde het zachtjes over de zwaluw.

"Dag, mooie vogel," fluisterde ze.

Toen voelde ze iets.

Het hart van de vogel klopte.

Hij was niet dood. Alleen bevroren.

De warmte van het dekentje hielp.

Zijn ogen gingen een beetje open.

7. Zorgen voor de zwaluw 🩹

De hele winter zorgde Duimelijntje voor de zwaluw.

Ze bracht hem eten en water.

Ze hield hem warm.

De veldmuis en de mol wisten het niet.

Het was haar geheim.

De zwaluw werd elke dag sterker.

"Dank je dat je mijn leven redde," zei hij.

"Jij bent zo lief, Duimelijntje.

Als de lente komt, vlieg ik naar warme landen.

Ga je met me mee?"

"Dat kan niet," zei Duimelijntje verdrietig.

"De veldmuis was lief voor mij.

Ik kan haar niet zomaar verlaten."

De zwaluw begreep het.

Toen de lente kwam, vloog hij weg.

"Dag, lieve vriendin," riep Duimelijntje.

8. Het ongewenste huwelijk 💍

De mol vroeg Duimelijntje ten huwelijk.

"Je moet met hem trouwen," zei de veldmuis.

"Hij is rijk en heeft een mooi huis."

Maar Duimelijntje was verdrietig.

Ze hield niet van de mol.

"Als ik met hem trouw, leef ik voor altijd onder de grond.

Dan zie ik nooit meer de zon en de bloemen.

Dan hoor ik nooit meer vogels zingen."

Maar de veldmuis had beslist.

Over vier weken was de bruiloft.

Elke dag ging Duimelijntje even naar buiten.

Ze keek naar de zon en de lucht.

"Dag, heldere zon," zei ze verdrietig.

"Dag, mooie wereld."

Ze voelde zich ongelukkig.

9. De zwaluw komt terug 🐦

Op de laatste dag voor de bruiloft hoorde Duimelijntje een geluid.

"Tjiep tjiep."

Het was de zwaluw.

Hij was terug.

"Duimelijntje," riep hij blij.

"Ik vlieg naar warme landen," zei hij.

"Ga met me mee.

Ga op mijn rug zitten.

Dan vliegen we weg.

Jij redde mijn leven. Nu red ik het jouwe."

Duimelijntjes hart sprong op.

"Ja!" riep ze.

Ze klom op de rug van de zwaluw.

Ze bond zich vast met gras.

En omhoog vlogen ze.

Beneden riepen de veldmuis en de mol haar na.

Maar Duimelijntje vloog weg.

Over bossen en bergen.

Over meren en zeeën.

Naar warme landen ver weg.

10. Het warme land 🌺

Ze kwamen in een prachtig warm land.

De zon scheen fel.

Overal bloeiden bloemen.

Het was als een droom.

"Hier woon ik," zei de zwaluw.

Hij zette Duimelijntje op een witte bloem.

"Hier kun jij wonen," zei hij.

Duimelijntje keek rond.

Alles was zo mooi.

Ze was eindelijk vrij.

Toen ging de bloem nog verder open.

Binnenin zat een piepklein mannetje.

Hij had vleugels als een vlinder.

Hij droeg een gouden kroontje.

Hij was de koning van de bloemenfeeën.

"Wie ben jij?" vroeg hij verbaasd.

"Jij bent het mooiste meisje dat ik ooit zag."

Duimelijntje bloosde.

De kleine koning was knap.

En hij was precies haar maat.

11. Een perfecte match 👑

De bloemenkoning werd meteen verliefd.

"Wil je mijn koningin worden?" vroeg hij.

"We zijn even groot.

We houden allebei van bloemen en zon.

Zeg alsjeblieft ja."

Duimelijntje keek naar de lieve koning.

Ze keek naar het mooie land.

Ze dacht aan het donkere leven onder de grond.

"Ja," zei ze blij.

"Ik trouw met jou."

Andere bloemenfeeën kwamen tevoorschijn.

Ze brachten Duimelijntje cadeautjes.

Mooie vleugels, net als zij.

Een kroon van bloemen.

En jurken van bloemblaadjes.

Ze hadden een prachtige bruiloft.

Alle bloemen bloeiden.

Alle vogels zongen.

De zwaluw zong het hardst.

Duimelijntje was eindelijk gelukkig.

12. Lang en gelukkig 🌸

De bloemenkoning gaf Duimelijntje een nieuwe naam.

"Ik noem je Maia," zei hij.

"Dat betekent: ‘geliefde’."

Duimelijntje vond haar nieuwe naam prachtig.

Ze hield van haar nieuwe leven.

Ze werd de koningin van de bloemen.

Ze vloog van bloem naar bloem.

Ze danste in de zon.

Ze zong met de vogels.

Ze had nooit meer kou.

En ze was nooit meer verdrietig.

De zwaluw vloog elke zomer terug naar het noorden.

Hij vertelde Duimelijntjes verhaal aan iedereen.

"Het kleinste meisje beleefde het grootste avontuur," zong hij.

En zo werd dit verhaal bekend.

En Duimelijntje, nu Maia, leefde nog lang en gelukkig

met haar bloemenkoning in het land van eeuwige zon.